ECLI:NL:RVS:2019:3832
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit ernstige bodemverontreiniging en saneringsplan locatie Leegveld Deurne
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelde bij besluit van 29 augustus 2018 vast dat op de locatie Leegveld te Deurne sprake is van ernstige bodemverontreiniging, maar dat geen spoedige sanering noodzakelijk is. Tevens stemde het college in met het saneringsplan van de gemeente Deurne. Appellante, exploitant van een agrarisch bedrijf nabij de locatie, stelde beroep in tegen dit besluit uit vrees voor nadelige gevolgen voor haar bedrijfsvoering.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht de stortlaag niet als bodem in de zin van de Wet bodembescherming beschouwde omdat deze voor meer dan 50% uit bodemvreemd materiaal bestaat. De risico’s van de bodemverontreiniging zijn op basis van diverse rapporten, waaronder het VAMOS-rapport en een locatiespecifieke risicobeoordeling, voldoende onderzocht en beoordeeld. Het saneringsplan bevat passende beheermaatregelen en een adequaat monitorings- en terugvalscenario.
Appellante voerde aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de diepte van de stortplaats en dat het saneringsplan onvoldoende voorziet in monitoring en terugvalscenario. De Raad van State vond echter dat het monitoringsplan en het terugvalscenario concreet en toereikend zijn, mede gezien de mogelijkheid tot aanpassing van maatregelen afhankelijk van monitoringsresultaten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over ernstige bodemverontreiniging en het saneringsplan is ongegrond verklaard.