ECLI:NL:RVS:2019:3968
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor aanbouw ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden verleende op 6 oktober 2017 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een aanbouw aan de achterzijde van een woning, die in strijd was met de bouwdieptevoorschriften van het bestemmingsplan "Zuidelijke Schil". Appellanten, buren van de vergunninghouders, maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege onder meer aantasting van lichtinval, bezonning, privacy, geluidsoverlast en cultuurhistorische waarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het college de vergunning terecht had verleend met toepassing van artikel 2.12 Wabo en artikel 4 Bor Pro, ondanks de strijd met het bestemmingsplan. De Afdeling vond dat een geringe negatieve invloed op bezonning niet automatisch strijd met een goede ruimtelijke ordening betekent.
Verder achtte de Afdeling de aantasting van cultuurhistorische waarden niet onevenredig, mede gelet op de hiërarchische opzet van hoofdgebouw en aanbouw, het bebouwingspercentage en het stedenbouwkundig advies. Ook werd geoordeeld dat de privacy en geluidsoverlast voor appellanten niet in die mate worden geschaad dat deze niet geduld hoeven te worden. Ten slotte was er geen sprake van een evident privaatrechtelijke belemmering die aan vergunningverlening in de weg staat.
De Afdeling concludeerde dat het college de belangen van de vergunninghouders, zoals vergroting van woongenot, in redelijkheid zwaarder mocht wegen dan de belangen van appellanten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.