ECLI:NL:RVS:2019:3991
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving illegaal duivenhok ondanks lopende bestemmingsplanprocedure
Het college van burgemeester en wethouders van Sluis legde appellant een last onder dwangsom op om een illegaal geplaatst duivenhok op zijn perceel te verwijderen. Appellant voerde aan dat handhaving onredelijk was vanwege een lopende bestemmingsplanprocedure die mogelijk meer bouwmogelijkheden zou bieden en daarmee legalisatie zou kunnen bewerkstelligen.
De rechtbank oordeelde dat het duivenhok niet vergunningvrij was en dat het college bevoegd was tot handhaving. Appellant ging in hoger beroep, stellende dat bijzondere omstandigheden bestonden vanwege de bestemmingsplanwijziging en een amendement van de gemeenteraad.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat appellant zonder vergunning handelde en dat het college in beginsel moest handhaven. Concreet zicht op legalisatie ontbrak omdat er geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag waarin het duivenhok was toegestaan en er geen aanvraagprocedure voor een omgevingsvergunning was gestart. De Afdeling oordeelde dat het vooruitzicht op mogelijke toekomstige legalisatie geen reden was om af te zien van handhaving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van het illegale duivenhok bevestigd.