ECLI:NL:RVS:2019:3997
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op boetebesluit Huisvestingswet Rotterdam
Appellant verzocht het college om terug te komen op het boetebesluit van 3 februari 2012, opgelegd wegens overtreding van de Huisvestingswet en Huisvestingsverordening Rotterdam. Dit verzoek werd door het college en later door de rechtbank afgewezen, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het boetebesluit uit 2012 rechtens onaantastbaar is en dat de door appellant aangevoerde nieuwe jurisprudentie en omstandigheden geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vormen zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het e-mailbericht van PostNL en de verleende huisvestingsvergunning werden reeds in eerdere procedures ingebracht en bieden geen grond voor herziening.
De Afdeling bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee is het geschil definitief beslecht en blijft het boetebesluit van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waardoor het boetebesluit van 2012 blijft staan.