ECLI:NL:RVS:2019:40
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen huisverbod burgemeester Schiedam wegens gezinsconflict
De burgemeester van Schiedam legde op 5 juli 2017 een huisverbod van tien dagen op aan [wederpartij] na een incident met zijn echtgenote. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het huisverbod, omdat er geen objectieve aanwijzingen waren voor het gevaar zoals bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod (Wth).
De burgemeester ging in hoger beroep en stelde dat een huisverbod ook kan worden opgelegd zonder vaststelling van strafbare feiten, ter voorkoming van escalatie en ter bescherming van betrokkenen, met name de kinderen. De burgemeester baseerde zich op rapporten van Risicotaxatie-instrumenten Huiselijk Geweld (RiHG) en politieverklaringen waaruit bleek dat er spanningen, ruzies en fysiek geweld waren tussen de echtgenoten, en dat de kinderen hierdoor werden beïnvloed.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het huisverbod een bestuursrechtelijke maatregel is bedoeld om escalatie te voorkomen en hulpverlening mogelijk te maken. Het ontbreken van duidelijkheid over wie geweld gebruikte, sluit het opleggen van het huisverbod niet uit. Gezien de ernst van de situatie en de belangen van de kinderen was het huisverbod terecht opgelegd. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het huisverbod blijft van kracht.