ECLI:NL:RVS:2021:840
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens onvoldoende gevaar voor veiligheid gezinsleden
De burgemeester van Leiderdorp legde op 7 juli 2020 een huisverbod op aan appellant voor tien dagen, vanwege vermoedens van huiselijk geweld en een onveilige thuissituatie. Het huisverbod verbood contact met zijn vrouw en kinderen. Het gezin was bekend bij Veilig Thuis en het sociale wijkteam vanwege eerdere incidenten en meldingen.
Appellant stelde dat de situatie was verbeterd sinds het vertrek van zijn zoon, die gewelddadig gedrag vertoonde, en dat er geen actueel gevaar meer was. Ook wees hij op onjuiste antecedenten in het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) dat ten grondslag lag aan het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het huisverbod onvoldoende was gemotiveerd en dat het besluit mede gebaseerd was op onjuiste informatie.
De Afdeling oordeelde dat het huisverbod een zeer ingrijpend instrument is dat alleen in noodsituaties mag worden opgelegd. Er was onvoldoende bewijs voor een ernstig en onmiddellijk gevaar ten tijde van het besluit. De eerdere meldingen dateren van voor het vertrek van de zoon en er waren geen nieuwe incidenten. Het beroep van appellant werd gegrond verklaard, het huisverbod vernietigd en de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het huisverbod van 7 juli 2020 is vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van een ernstig en onmiddellijk gevaar.