ECLI:NL:RVS:2019:4013
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot registratie staatloosheid in basisregistratie personen
Appellant verzocht het college om zijn en die van zijn minderjarige zoon geregistreerde nationaliteit in de basisregistratie personen (brp) te wijzigen in 'staatloos'. Het college wees dit verzoek af en registreerde de nationaliteit als 'onbekend'. Appellant stelde dat hij als staatloze Palestijn uit Libië een verblijfsvergunning heeft gekregen en dat de staatloosheid daarom erkend moet worden.
Het college baseerde zijn besluit op het ontbreken van authentieke brondocumenten die de staatloosheid aantonen, ondanks dat appellant een originele UNRWA-kaart overlegd had. Kopieën van documenten konden niet als brondocumenten worden beschouwd en de identiteit van appellant kon niet onomstotelijk worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het college terecht het verzoek had afgewezen en dat de registratie van 'nationaliteit onbekend' passend was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de documenten niet voldoende bewijs vormden en dat het college niet had mogen afwijken van de mededeling van de IND. Tevens stelde appellant dat de weigering in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op identiteit beschermt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gegevens in de brp betrouwbaar moeten zijn en dat wijziging alleen kan plaatsvinden op basis van onomstotelijk bewijs in de vorm van brondocumenten. De mededeling van de IND is bindend en niet aan te merken als een advies waarop een vergewisplicht rust. De weigering tot registratie van staatloosheid vormt geen schending van artikel 8 EVRM Pro omdat appellant niet wordt belemmerd in zijn etnische identiteit en de nationaliteit in de brp niet hetzelfde is als etnische identiteit.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek tot registratie van staatloosheid in de basisregistratie personen wordt afgewezen en de nationaliteit blijft geregistreerd als 'onbekend'.