ECLI:NL:RVS:2019:4143
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk heeft appellant gelast om de permanente bewoning van zijn recreatiewoning te beëindigen, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan "Verblijfsrecreatieterreinen Winterswijk". Appellant betwistte dit en stelde dat hij zijn hoofdverblijf had in een woning in Vragender en dat de recreatiewoning slechts recreatief werd gebruikt.
Het college baseerde haar besluit op uitgebreide controles waarbij de aanwezigheid van voertuigen van appellant bij de recreatiewoning werd vastgesteld, evenals een waterverbruik dat niet paste bij incidenteel gebruik. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat appellant de recreatiewoning als hoofdverblijf gebruikte en dat appellant onvoldoende heeft weersproken dat hij de woning permanent bewoonde. De door appellant aangevoerde omstandigheden, zoals mantelzorg en verbouwing van de woning in Vragender, zijn onvoldoende om het collegebesluit te weerleggen.
Daarmee is het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de last onder dwangsom gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tegen permanente bewoning van de recreatiewoning blijft gehandhaafd.