Uitspraak
Datum uitspraak: 7 september 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer legde op 4 april 2019 een last onder bestuursdwang op aan appellant sub 1 om alle zonder omgevingsvergunning geplaatste bouwwerken, waaronder hekwerken rondom een dierenweide, te verwijderen. Tevens werden de kosten van bestuursdwang op appellant verhaald. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de hekwerken betrof.
Zowel appellant als het college gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was de last op te leggen en dat de last duidelijk was, maar dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant de overtreder was. De kosten van bestuursdwang mogen daarom niet op appellant worden verhaald.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de kostenverhaal op appellant betroffen. Tevens werd het besluit van 29 maart 2021 vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierechten. De uitspraak vervangt het vernietigde deel van het besluit.
Uitkomst: Het besluit dat de kosten van bestuursdwang voor de dierenweide op appellant worden verhaald, wordt vernietigd omdat onvoldoende is aangetoond dat hij overtreder is.