ECLI:NL:RVS:2019:4160
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering aanvullende nadeelcompensatie na aanleg N18
Appellant, exploitant van een melkveehouderij in Haaksbergen, vorderde een aanvullende schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn agrarisch bedrijf en overblijvende percelen door het Tracébesluit N18. De minister kende reeds een vergoeding toe voor waardevermindering van bedrijfswoningen en kosten bijstand, maar wees verdere vergoeding af. Appellant stelde dat de koopovereenkomst met de Staat geen volledige schadeloosstelling bevatte en dat de doorsnijding van zijn bedrijfsterrein tot extra schade leidde.
De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat de maatstaven voor planschade van toepassing zijn en dat schadevergoeding slechts mogelijk is bij rechtstreeks oorzakelijk verband met het Tracébesluit. De reeds betaalde schadeloosstelling via koopovereenkomst omvatte volgens de minister en het advies van de commissie de schade door eigendomsontneming en waardevermindering van het overblijvende. De Raad oordeelde dat het verband tussen de gestelde schade en het Tracébesluit ontbreekt, mede omdat appellant privaatrechtelijke toestemming gaf of verkocht voordat de schade ontstond.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij de Raad zich beperkte tot de vraag van nadeelcompensatie en niet oordeelde over de koopprijs of eventuele wilsgebreken. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat schadevergoeding krachtens artikel 22 Trac Proéwet strikt wordt getoetst aan het rechtstreeks oorzakelijk verband met het planologische besluit.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvullende schadevergoeding afgewezen.