ECLI:NL:RVS:2019:4242
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursrechtelijk rechtsoordeel over toepassing artikel 8.2a Wabo op schepen in Noorderhaven
Appellanten zijn bewoners en eigenaren van een woonschip in de Noorderhaven te Groningen en vroegen het college om duidelijkheid over hun rechtspositie met betrekking tot de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvwv) en artikel 8.2a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Het college gaf bij brief van 26 februari 2018 aan dat, op één schip na, geen van de schepen in de Noorderhaven onder het overgangsrecht van de Wvwv valt. Appellanten maakten bezwaar tegen deze brief, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat de brief van het college een bestuurlijk rechtsoordeel bevat, maar dat dit niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht moet worden aangemerkt omdat het niet onevenredig bezwarend is voor appellanten om een aanvraag om omgevingsvergunning in te dienen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.