ECLI:NL:RVS:2019:4245
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over verjaring invordering dwangsommen recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Putten heeft bij besluiten in 2016 dwangsommen van €10.000 per maand opgelegd aan de wederpartij wegens strijdig gebruik van een recreatiewoning. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de wederpartij niet-ontvankelijk omdat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen volgens haar was verjaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak. De rechtbank ging ten onrechte uit van een eerdere overtreding dan feitelijk aannemelijk was, waardoor de verjaringstermijn verkeerd werd berekend. De Afdeling oordeelt dat het college de verjaringstermijn tijdig heeft gestuit met aanmaningen en een besluit tot uitstel van betaling, ondanks dat het besluit niet aan de gemachtigde is gezonden.
De Afdeling behandelt vervolgens het beroep van de wederpartij tegen het besluit van 23 januari 2018 inhoudelijk en oordeelt dat de dwangsommen terecht zijn opgelegd. Het college mocht afgaan op de controlerapportages en de verklaringen van de aanwezige personen. De wederpartij slaagt er niet in voldoende twijfel te zaaien over de overtreding of bijzondere omstandigheden aan te tonen die invordering zouden moeten verhinderen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van het college gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de wederpartij ongegrond.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd, beroep wederpartij ongegrond verklaard.