ECLI:NL:RVS:2019:4275
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- H.C.P. Venema
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging noodbevelen burgemeester Rotterdam rondom Turkse consulaat en centrumgebied
Op 11 maart 2017 vaardigde de burgemeester van Rotterdam twee noodbevelen uit: één voor het gebied rondom het Turkse consulaat en één voor het centrumgebied nabij het consulaat. Deze noodbevelen waren gericht op het voorkomen van wanordelijkheden in verband met een aangekondigde bijeenkomst van de Turkse minister van Familiezaken Kaya en de daarmee gepaard gaande spanningen.
De noodbevelen waren tijdelijk van aard en betroffen een concrete groep personen die door hun gedrag of aanwezigheid aanleiding gaven tot het vermoeden van deelname aan wanordelijkheden. De burgemeester maakte gebruik van zijn bevoegdheid op grond van artikel 175 van Pro de Gemeentewet, waarbij hij ook rekening hield met adviezen van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de lokale situatie.
De rechtbank oordeelde dat de noodbevelen rechtmatig waren, dat de bekendmaking op geschikte wijze had plaatsgevonden, en dat het mandaatverbod niet was geschonden. Het hoger beroep richtte zich onder meer op de kwalificatie van het besluit, de bekendmaking, het mandaatverbod, de inhoudelijke rechtmatigheid en vermeende schendingen van het EVRM en het Verdrag van Wenen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Zij oordeelt dat de burgemeester in redelijkheid kon besluiten tot het uitvaardigen van de noodbevelen, dat de bekendmaking passend was gegeven gezien de omstandigheden, dat het mandaatverbod niet werd geschonden en dat er geen sprake was van schending van het recht op vreedzame vergadering of van het Verdrag van Wenen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.