ECLI:NL:RVS:2019:4276
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering bewonersvergunning wegens stallingsplaats en toepassing hardheidsclausule
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag van appellant voor een bewonersvergunning af omdat hij en zijn partner beschikken over twee stallingsplaatsen bij hun woning, waardoor zij volgens de Parkeerverordening 2013 niet in aanmerking komen voor bewonersvergunningen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de weigering geen inbreuk maakt op het ongestoord genot van eigendom en dat het college zijn parkeerbeleid mag wijzigen zonder toepassing van de hardheidsclausule.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de garage die als stallingsplaats geldt te klein is om een moderne auto daadwerkelijk te stallen en dat het college het vertrouwen heeft geschonden door de toezegging over beperking van parkeeroverlast niet na te komen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dat de garage planologisch als stallingsplaats geldt, maar erkende dat de feitelijke bruikbaarheid relevant is voor een beroep op de hardheidsclausule.
De Afdeling stelde vast dat het college het standpunt van appellant over de kleine afmetingen van de garage onvoldoende heeft onderzocht en dat het besluit op bezwaar daardoor onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is. Daarom draagt de Afdeling het college op binnen 12 weken het gebrek te herstellen door een onderzoek ter plaatse en een nieuwe beoordeling van het beroep op de hardheidsclausule. In de einduitspraak zal worden beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen door een onderzoek ter plaatse en een nieuwe beoordeling van het beroep op de hardheidsclausule.