ECLI:NL:RVS:2019:4316
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen planschade door nieuw bestemmingsplan in Bergen
Appellant sub 1 diende een verzoek in bij het college van burgemeester en wethouders van Bergen om tegemoetkoming in planschade als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan 'Bergen, Dorpskern Zuid' dat op 12 juni 2009 in werking trad. Dit bestemmingsplan beperkte de bouwmogelijkheden op zijn perceel in vergelijking met het oude Uitbreidingsplan uit 1937. Het college wees het verzoek af op advies van een deskundig adviesbureau, waarna appellant bezwaar maakte en de zaak voor de rechtbank bracht.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college omdat het adviesbureau niet volledig was betrokken bij de beoordeling van een door appellant overgelegde contra-expertise. De rechtbank gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen. Zowel appellant als het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak benoemde de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) als deskundige en liet een onderzoek uitvoeren. De StAB concludeerde dat er geen sprake was van een waardevermindering van het perceel en dus geen planschade. De Afdeling oordeelde dat het college terecht het advies van het oorspronkelijke adviesbureau niet mocht volgen en bevestigde dat de taxatie van de StAB zorgvuldig was uitgevoerd.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het college opdroeg een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de door appellant gemaakte proceskosten in hoger beroep en werd de proceskostenveroordeling van de rechtbank aangepast. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard, dat van appellant gegrond.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat er geen sprake is van planschade en vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank, waarbij het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.