ECLI:NL:RVS:2019:1642
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van afwijzing tegemoetkoming planschade na wijziging bestemmingsplan landgoed Breda
Appellant is sinds 1998 eigenaar van een landgoed in Breda waarop een bestemmingsplanwijziging plaatsvond die het gebruik van het landhuis beperkte tot kantoor. Hij vorderde een tegemoetkoming in planschade wegens waardedaling van zijn perceel.
Het college wees het verzoek af op basis van taxatierapporten van Ten Have, die een hogere waarde onder het nieuwe bestemmingsplan vaststelden dan onder het oude. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de taxaties onjuist waren en dat het college niet op juiste wijze had gehandeld.
De Raad van State overwoog dat het college mocht afgaan op de onafhankelijke deskundige adviezen van Ten Have, die voldoende inzichtelijk waren gemotiveerd. De bezwaren tegen de taxaties, de gehanteerde methoden en de waarderingen werden niet aannemelijk gemaakt. Ook het bezwaar dat appellant niet opnieuw is gehoord over het nader advies van Ten Have faalde.
De Raad concludeerde dat appellant geen concrete aanknopingspunten had gegeven om aan de juistheid van de taxaties te twijfelen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade wordt bevestigd.