ECLI:NL:RVS:2019:4324
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Borman
- F.C.M.A. Michiels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke dwangsommen opgelegd voor bodem- en milieuovertredingen op veehouderijperceel in Katwoude
Appellant exploiteert een veehouderij en slaat op zijn perceel materialen op, waaronder grond, zand en ruwvoer. Het college van burgemeester en wethouders van Waterland legde hem vijf afzonderlijke lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van het Besluit bodemkwaliteit, Wet milieubeheer en Wet bodembescherming.
De lasten betroffen onder meer het niet melden van tijdelijke opslag van grond, het verwijderen van een wal van vermengde afvalstoffen, het verwijderen van ruwvoerafval op de weidegronden, en het voorkomen van bodemverontreiniging door puin en asbestverdacht materiaal. Appellant voerde onder meer aan dat geen overtredingen hadden plaatsgevonden, dat sommige lasten preventief waren en dat de dwangsommen te hoog waren.
De Afdeling oordeelde dat de overtredingen wel hadden plaatsgevonden, dat de lasten terecht waren opgelegd als herstelsancties en niet als preventieve lasten, en dat de hoogte van de dwangsommen in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang en de beoogde werking. Ook was het college bevoegd tot handhaving, ook al was het al langere tijd op de hoogte van de situatie.
Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de lasten onder dwangsom worden gehandhaafd.