ECLI:NL:RVS:2019:4337
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling planschade en dwangsommen na wijziging bestemmingsplan Bergen
De zaak betreft een verzoek van appellant om tegemoetkoming in planschade als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan 'Bergen, Dorpskern Zuid' dat in 2009 in werking trad. Het college wees het verzoek af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen, maar verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk en wees de dwangsommen af.
In hoger beroep stelde de Afdeling vast dat het college ten onrechte niet tijdig op het bezwaar had beslist, waardoor dwangsommen van €992 verschuldigd zijn. De Afdeling oordeelde dat het advies van Ten Have, waarop het college zich baseerde, onvolledig was en dat de StAB als deskundige een zorgvuldige taxatie had verricht. De planschade werd vastgesteld op €136.500, waarvan na aftrek van een normaal maatschappelijk risico van 2% een vergoeding van €86.500 resteert.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en deskundigenkosten en stelde dat het college de planschade deels in natura kan compenseren via omgevingsvergunningen en herziening van het bestemmingsplan. De uitspraak van de rechtbank werd deels vernietigd en het primaire besluit van 2 juli 2015 werd herroepen. De Afdeling sprak tevens griffierechten toe en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit op bezwaar.
Uitkomst: De Afdeling stelt een tegemoetkoming in planschade vast van €86.500 en dwangsommen van €992 wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.