ECLI:NL:RVS:2019:4422
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ongegrond hoger beroep tegen weigering openbaarmaking asbestinspectiedocumenten
Appellant verzocht de minister om openbaarmaking van documenten over een asbestsanering in Uden, waaronder inspectierapporten en foto’s. De minister weigerde delen van de stukken openbaar te maken wegens vertrouwelijkheid en bedrijfs- en fabricagegegevens, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf de minister opdracht een nieuw besluit te nemen. De minister maakte enkele foto’s alsnog openbaar, maar handhaafde de weigering voor andere delen.
Appellant stelde dat de weggelakte passages emissiegegevens bevatten en dat de rechtbank een te beperkte uitleg gaf van het begrip emissiegegevens. De Afdeling oordeelde dat de geweigerde gegevens geen informatie bevatten over daadwerkelijke of voorzienbare emissies in het milieu, noch over de beoordeling daarvan, en dat de rechtbank de juiste uitleg hanteerde.
Verder stelde appellant dat de gegevens niet vertrouwelijk waren omdat ze door inspecteurs zelf waren verzameld. De Afdeling oordeelde dat de gegevens vertrouwelijk waren meegedeeld in een contact dat redelijkerwijs als vertrouwelijk mocht worden beschouwd, ook al was er een wettelijke verplichting tot verstrekking.
Ten slotte betoogde appellant dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom een tekening niet openbaar kon worden gemaakt. De Afdeling vond de motivering toereikend en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het besluit van de minister om documenten niet openbaar te maken is ongegrond verklaard.