Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 mei 2023 in de zaken tussen
Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. (hierna: MOB), uit Nijmegen
De besloten vennootschap Olam Cocoa B.V. (hierna: OLAM), uit Wormer,
[eiser 3] en [naam 1] (hierna: [eiser 3] ), uit [woonplaats] (HAA 21/2209).
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder
MOB, uit Nijmegen,
OLAM, uit Wormer,
[eiser 3] ,uit [woonplaats] (in HAA 21/2160).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Puntbronnen stof (S)
“Deze BBT-conclusies hebben betrekking op de volgende in bijlage I bij Richtlijn 2010/75/EU omschreven activiteiten:
“BBT 5. De BBT is om geleide emissies naar lucht met ten minste de onderstaande frequentie en overeenkomstig de EN-normen te monitoren.”Daaronder is een tabel opgenomen.
“… the processing of oleaginous seeds, such as rape, soya or sunflower, for the production of crude vegetable oils and protein-rich meals. Crude oils generally need further processing (refining) to render them suitable for consumption. The protein-rich meals are used for animal feeding.”
“Cocoa powder is produced by the hydraulic pressing of cocoa liquor to express cocoa butter and to reduce the fat content of the press cake to the desired level. The expressed cocoa butter is used in the manufacture of chocolate. The press cake is pulverised to produce a cocoa powder. The final product is then packaged.”
“These BAT conclusions concern the following activities specified in Annex I to Directive 2010/75/EU:
€ 1.707,32 (€ 1.674,00 + € 33,32).
Beslissing
De vergunninghouder beheerst de milieubelasting die door de inrichting wordt veroorzaakt en streeft waar mogelijk naar vermindering daarvan. Daartoe beschikt vergunninghouder binnen 24 maanden na het in werking treden van de omgevingsvergunning over een milieubeheersysteem (MBS), zoals beschreven in BBT-conclusie 1 van de BREF Voedingsmiddelen en Zuivel van 4 december 2019. Hiervoor dient vergunninghouder binnen zes maanden na het in werking treden van de omgevingsvergunning een plan van aanpak in te dienen bij het bevoegd gezag (p/a: de directeur van de Omgevingsdienst NZKG).”,
“of zoveel eerder als aan de emissieconcentratie van 50 mg/Nm3 voor VOS wordt voldaan.”,
€ 1.707,32.
mr. drs. J.H.A.C. Everaerts en mr. S.M. van Velsen, leden, in aanwezigheid van
mr. P.C. van der Vlugt en mr. W.I.K. Baart, griffiers. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2023.