ECLI:NL:RVS:2019:501
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing extra uren rechtsbijstand wegens feitelijke complexiteit
De zaak betreft het hoger beroep van de raad voor rechtsbijstand tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar van appellant sub 2 tegen de afwijzing van extra uren rechtsbijstand gegrond verklaarde. De raad had een aanvraag van appellant sub 2 om 39 extra uren rechtsbijstand afgewezen omdat de zaak niet feitelijk complex werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat de raad ondeugdelijk had gemotiveerd dat de zaak niet omvangrijk was, omdat de raad geen rekening had gehouden met een geplande regiezitting. De raad stelde dat het aantal zittingen pas een indicatie van complexiteit is bij drie of meer inhoudelijke en langdurige zittingen, inclusief regiezitting, en dat op het moment van aanvraag nog niet bekend was dat een regiezitting zou plaatsvinden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de raad ondeugdelijk heeft gemotiveerd. De raad mocht het aantal zittingen beoordelen zonder de regiezitting mee te rekenen, omdat zelfs met de regiezitting het aantal zittingen niet aan de drempel van drie voldeed. Ook de overige door appellant aangevoerde gronden, zoals de omvang van het dossier en de ontkennende houding, maken de zaak niet feitelijk complex.
Verder faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel en het betoog dat het forfaitaire stelsel niet opweegt tegen de belangen van appellant. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de raad gegrond, het incidenteel hoger beroep ongegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de raad voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van extra uren rechtsbijstand bevestigd.