ECLI:NL:RVS:2012:BV3224
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding extra uren rechtsbijstand in asielprocedure
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep tegen de raad voor rechtsbijstand ongegrond verklaarde. De advocaat had twee verzoeken ingediend om extra uren rechtsbijstand te vergoeden in een asielprocedure, welke aanvankelijk werden afgewezen maar later deels werden toegewezen voor 24 extra uren.
De raad baseerde zijn besluit op het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, het Handboek Vergoedingen 2000 en de Leidraad extra-urenzaken 2008, waarin criteria zijn opgenomen voor het toekennen van extra uren bij feitelijke of juridische complexiteit. De rechtbank en de Raad van State oordeelden dat de raad voldoende beoordelingsruimte heeft en dat het beleid niet in strijd is met rechtszekerheid of leidt tot willekeur.
De advocaat voerde diverse bezwaren aan, waaronder onzorgvuldige voorbereiding, onvoldoende motivering, schending van het gelijkheidsbeginsel en schending van EVRM-rechten. Deze werden door de Raad van State verworpen. De Raad stelde dat de raad over voldoende informatie beschikte, dat de motivering voldeed aan de eisen van behoorlijk bestuur, en dat de toetsing door de rechter terughoudend hoort te zijn. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake is van dwangarbeid of schending van het eigendomsrecht.
De Raad van State bevestigde daarmee het besluit van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.