ECLI:NL:RVS:2019:610
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013 wegens onvoldoende betalingsbewijs
Appellante maakte in 2012, 2013 en 2014 gebruik van gastouderopvang en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde de voorschotten over 2012 en 2014 op nihil en stelde de toeslag over 2013 definitief op nihil vanwege onvoldoende bewijs van betaling.
Voor 2012 toonde appellante niet aan dat zij het verschil tussen de totale kosten en de betaalde voorschotten volledig had voldaan; een bedrag van ruim € 2.500 bleef onbetaald. Voor 2013 werden contante betalingen niet geaccepteerd en was een bedrag van bijna € 3.900 niet aantoonbaar betaald. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht het verzoek tot herziening afwees en de Afdeling bevestigt dit oordeel.
Voor 2014 is het hoger beroep ingetrokken, zodat het voorschot over dat jaar niet meer ter beoordeling staat. De Afdeling bevestigt de uitspraken van de rechtbank over 2012 en 2013 en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013 wegens onvoldoende bewijs van betaling.