ECLI:NL:RVS:2019:664
Raad van State
- Hoger beroep
- Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling onrechtmatig in vreemdelingenbewaring gesteld wegens onrechtmatige staandehouding
De vreemdeling werd op 4 oktober 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld na een staandehouding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de vreemdeling zich ten tijde van de staandehouding rechtmatig in Nederland bevond vanwege een ingediende asielaanvraag, waardoor artikel 50 Vreemdelingenwet Pro 2000 niet toegepast had mogen worden. De signalering in het NSIS-systeem en de Eurodac-treffer in Duitsland vormden geen voldoende grond voor de staandehouding.
De Raad stelde vast dat de staandehouding en daaropvolgende inbewaringstelling onrechtmatig waren. De staatssecretaris had bewust een onrechtmatige werkwijze voortgezet, waardoor belangenafweging niet mogelijk was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend voor de periode van detentie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige inbewaringstelling.