ECLI:NL:RVS:2019:704
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door feitelijk leidinggevende stichting
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die een boete van €28.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) matigde tot €26.600. De boete werd opgelegd aan de feitelijk leidinggevende van een stichting die Chinese stagiaires bemiddelde bij Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven.
De Inspectie SZW en de Immigratie- en Naturalisatiedienst voerden onderzoek uit naar vermeend oneigenlijk gebruik van toelatingsprocedures voor stagiaires. Uit het onderzoek bleek dat zeven Chinese vreemdelingen arbeid verrichtten die niet viel onder de tewerkstellingsvergunningen die zij hadden, waardoor sprake was van overtreding van de Wav door de stichting.
De appellant voerde onder meer aan dat de leidinggevenden van de stagebedrijven geen boete kregen en dat zij geen financieel voordeel had genoten. De Afdeling oordeelde dat de rol van de appellant als feitelijk leidinggevende groter was en dat de staatssecretaris niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde. Ook werd het beroep op matiging van de boete wegens vrijwilligheid en stopzetting van de stagebemiddeling verworpen.
Verder werd geoordeeld dat de overschrijding van de beslistermijn een termijn van orde betreft en geen grond voor verdere matiging is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van €26.600 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, Wav wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.