ECLI:NL:RVS:2019:764
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling tegemoetkoming planschade door bestemmingsplanwijzigingen in Gorssel
De zaak betreft een geschil over de toekenning van een tegemoetkoming in planschade aan een eigenaar van een woning in Gorssel, als gevolg van twee bestemmingsplanwijzigingen die de bouw van woningen op nabijgelegen terrein mogelijk maakten. Het college kende aanvankelijk een vergoeding toe, maar trok deze later in. De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van de eigenaar en de Lochemse Vastgoed Groep (LVG), initiatiefnemer van het bouwproject.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat het college ten onrechte de omvang van het normale maatschappelijke risico te laag had vastgesteld en dat de planvergelijking onjuist was door onvoldoende rekening te houden met de mogelijkheid van opslag van veevoederbalen. Tevens werd geoordeeld dat het risico van planologische wijziging ten tijde van aankoop niet volledig voorzienbaar was, mede door door het college gewekte verwachtingen.
De Afdeling vernietigde de eerdere uitspraken en bepaalde dat de schade deels onder het normale maatschappelijke risico valt, waarbij een drempel van 3,5 procent van de waarde van de onroerende zaak wordt gehanteerd. Het hoger beroep van LVG werd gegrond verklaard, dat van de eigenaar en het college ongegrond. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan LVG.
Uitkomst: Het hoger beroep van LVG is gegrond verklaard, het van de eigenaar en het college ongegrond, en de eerdere uitspraken vernietigd.