ECLI:NL:RVS:2019:772
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving opslag grasbalen en verharding op agrarisch perceel te Wittem
Het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem legde op 20 juni 2017 een last onder dwangsom op aan de wederpartij vanwege de opslag van stro- en hooibalen en ophoging van een perceel zonder vergunning, in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank Limburg vernietigde dit besluit omdat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de opslag van grasbalen afkomstig van het perceel zelf in strijd was met het bestemmingsplan.
Het college stelde in hoger beroep dat de opslag van grasbalen, ook van eigen perceel, niet inherent is aan het agrarisch gebruik en daarom verboden is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verbod op opslag van hooi- en strobalen in het bestemmingsplan letterlijk moet worden uitgelegd en niet van toepassing is op grasbalen. Wel is opslag verboden indien deze niet inherent is aan het toegelaten agrarisch gebruik. De Afdeling vond de uitleg van het college hierover redelijk en oordeelde dat de langdurige opslag van grasbalen op het perceel niet inherent is aan het agrarisch gebruik.
Verder oordeelde de Afdeling dat de begunstigingstermijn van zes weken voor het verwijderen van de verharding niet onredelijk is en dat de dwangsom in redelijke verhouding staat tot het geschonden belang. Het beroep van de wederpartij tegen het besluit van 20 juni 2017 werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de wederpartij bij de rechtbank werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college wordt gehandhaafd.