ECLI:NL:RVS:2019:811
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens verkeersbesluit Stationsplein Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda wees het verzoek van [appellante] om nadeelcompensatie af wegens omzetverlies door tijdelijke verkeersmaatregelen rond het OVTC op het Stationsplein. Het verzoek betrof schade over 2014 en 2015. Het college baseerde zich op een advies waarin een concern-benadering met een drempel van 15% normaal maatschappelijk risico werd gehanteerd. De omzetdaling bleef daaronder.
De rechtbank oordeelde dat de vestiging [vestiging A] geen zelfstandige entiteit is maar onderdeel van [appellante], waardoor het normaal ondernemersrisico op concernniveau moet worden beoordeeld. De rechtbank verwierp het beroep van [appellante] tegen de afwijzing.
In hoger beroep stelde [appellante] dat de vestiging economisch zelfstandig is en dat de omzetdaling op vestigingsniveau moet worden beoordeeld. Ook voerde zij aan dat de drempel van 15% te hoog is en onvoldoende is gemotiveerd. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank. De vestiging is geen zelfstandige entiteit, de omzetdaling blijft onder de drempel en de motivering van het college is toereikend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van [appellante] tegen de afwijzing van nadeelcompensatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.