ECLI:NL:RVS:2019:901
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf na termijnoverschrijding
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), die door de staatssecretaris op 21 juli 2015 werd afgewezen vanwege overschrijding van de wettelijke driemaandentermijn. De daaropvolgende bezwaren en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard. In hoger beroep werd de zaak aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, die op 7 november 2018 werden beantwoord.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht was om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen als de termijnoverschrijding niet objectief verschoonbaar was, mits de vreemdeling volledig werd geïnformeerd over de gevolgen en vervolgstappen. Hoewel de staatssecretaris in zijn besluiten geen informatie gaf over de mogelijkheid om een mvv voor een reguliere verblijfsvergunning aan te vragen, werd dit gebrek gepasseerd omdat de vreemdeling reeds op de hoogte was van deze mogelijkheid.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.