ECLI:NL:RVS:2020:1047
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rijgeschiktheidsonderzoek en schorsing rijbewijs na ademonderzoek met hoog alcoholgehalte
Op 8 september 2019 werd appellant aangehouden tijdens een reguliere controle en gevorderd tot een voorlopig ademonderzoek, dat om 1:49 uur startte. Hierbij werd een ademalcoholgehalte van 850 µg/l vastgesteld, ruim boven de wettelijke grens van 785 µg/l voor het opleggen van een onderzoek naar rijgeschiktheid. Het CBR legde daarop een dergelijk onderzoek op en schorste het rijbewijs van appellant, wat in bezwaar en beroep werd gehandhaafd.
Appellant betwistte de bevoegdheid van het CBR, stellende dat het ademonderzoek niet na het verstrijken van de twintigminutentermijn was uitgevoerd, waardoor mondalcohol de uitslag zou kunnen hebben beïnvloed. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek in de twintigste minuut was verricht, waardoor de mogelijkheid bestond dat de termijn net verstreken was, en dat de hoge gemeten waarde het opleggen van het onderzoek rechtvaardigde.
In hoger beroep handhaafde de Afdeling bestuursrechtspraak dit oordeel. De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat bij een hoge gemeten waarde, zoals hier, het CBR bevoegd is het onderzoek op te leggen, ook als het ademonderzoek kort na het verstrijken van de termijn plaatsvindt. De berekening van het CBR over de afbraak van alcohol in het lichaam werd niet weersproken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Afdeling benadrukte het belang van verkeersveiligheid en concludeerde dat het CBR terecht een onderzoek naar de rijgeschiktheid heeft opgelegd en het rijbewijs heeft geschorst. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot oplegging van het onderzoek en schorsing van het rijbewijs is bevestigd.