ECLI:NL:RVS:2020:1100
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens twijfel identiteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 maart 2018 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af, omdat de vreemdeling haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de authenticiteit en juistheid van de overgelegde documenten, waaronder valse legalisaties en onbetrouwbare geboortedata. De staatssecretaris hoefde daarom niet te beoordelen of de familierelatie met de referent bestond.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.