ECLI:NL:RVS:2020:2861
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale glazen luifel en buitenverblijf in Stede Broec
Het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec legde appellant een last onder dwangsom op wegens het zonder omgevingsvergunning bouwen van een glazen luifel en een buitenverblijf op zijn perceel, binnen 1 meter van openbaar toegankelijk gebied. Appellant maakte bezwaar tegen deze last, waarop het college het besluit deels herzag, maar de last grotendeels in stand liet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte handhavend optrad en dat de bouwwerken in overeenstemming waren met het bestemmingsplan, waardoor geen vergunningplicht zou gelden. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de afstandseis van 1 meter uit het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de redelijke eisen van welstand uit de Welstandsnota van toepassing zijn, waardoor een vergunning vereist is. Het college was daarom bevoegd tot handhaving.
Verder oordeelde de Afdeling dat er geen concreet zicht op legalisering bestaat, mede omdat appellant een eerdere vergunningaanvraag introk en weigerachtig was een volledige aanvraag in te dienen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.