ECLI:NL:RVS:2020:117
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Arnhem over handhaving permanente bewoning recreatieterrein
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Arnhem van 18 december 2017. Eerder had de Afdeling in een tussenuitspraak vastgesteld dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat het college niet per illegale bewoner had onderzocht of bijzondere omstandigheden bestonden om van handhavend optreden af te zien.
Het college had vervolgens een inventarisatie uitgevoerd en een brief gestuurd waarin werd gemeld dat handhavend optreden voorlopig werd uitgesteld vanwege onvoldoende informatie over de woon- en leefsituatie van bewoners. De Afdeling oordeelde echter dat hiermee de gebreken niet waren hersteld en dat de motivering onvoldoende was.
Daarnaast wees de Afdeling het beroep op schending van de redelijke termijn af, omdat de termijn vanaf ontvangst van het bezwaarschrift werd gerekend en nog geen vier jaar was verstreken.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg het college op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen dat voldoet aan de vereisten van zorgvuldigheid en motivering. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college van Arnhem wordt vernietigd en het college moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen.