ECLI:NL:RVS:2020:1215
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestuursdwang voor onjuist aanbieden van huishoudelijk afval in Deventer
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer heeft op 6 mei 2019 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een vuilniszak met huishoudelijk afval te verwijderen die buiten de aangewezen inzamelvoorzieningen was geplaatst. In de vuilniszak werd een poststuk aangetroffen geadresseerd aan een persoon die op het adres van appellant woont. Het college rekende de kosten van de bestuursdwang (€ 91,00) toe aan appellant.
Appellant betwistte dat hij de vuilniszak had neergezet en voerde aan dat het poststuk aan een vorige bewoner was gericht, die elders woonde. Ook stelde hij dat hij regelmatig afval stortte en het onwaarschijnlijk was dat hij op 6 mei 2019 opnieuw afval had aangeboden. Daarnaast wees hij op het ontbreken van bewijs dat de vuilniszak buiten de container lag en stelde dat de gemeente fouten had gemaakt in de procedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het poststuk naar het adres van appellant was gestuurd en dat dit voldoende was om de vuilniszak aan appellant toe te rekenen, tenzij hij aannemelijk maakte dat een ander de overtreding had begaan. Appellant slaagde hier niet in, mede omdat zijn vermoedens onvoldoende waren onderbouwd en het college de werkwijze toelichtte waarmee overtredingen worden vastgesteld.
De Afdeling concludeerde dat het college appellant terecht als overtreder had aangemerkt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de kosten van bestuursdwang is ongegrond verklaard.