ECLI:NL:RVS:2018:581
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang voor verkeerd neergezette vuilniszak
Op 21 november 2016 heeft het college spoedeisende bestuursdwang toegepast door een vuilniszak te verwijderen die in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag was neergezet. In de vuilniszak werd een geopende envelop aangetroffen die was geadresseerd aan een persoon aan het adres waar appellant woont. Het college stelde daarom dat de vuilniszak tot appellant kon worden herleid en legde haar de kosten van bestuursdwang (€126,00) op.
Appellant betwist dat zij de vuilniszak heeft neergezet en voert aan dat de envelop niet aan haar was gericht, zij oud papier in de papierbak gooit en post die niet voor haar bestemd is achterlaat in de entree van het flatgebouw. Tevens stelt zij dat de betreffende persoon nooit op het adres heeft gewoond en dat zij de gemeente heeft geïnformeerd over volle afvalcontainers.
De Raad van State overweegt dat het enkel aantreffen van een envelop naar het adres van appellant voldoende is om de vuilniszak tot haar te herleiden, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij niet de overtreder is. De stellingen van appellant zijn onvoldoende om dit aannemelijk te maken. Ook is niet gebleken dat zij een melding heeft gedaan over volle containers. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenoplegging voor bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.