ECLI:NL:RVS:2020:1283
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijk maken huwelijk
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 januari 2017 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af, omdat de vreemdeling de familierelatie met zijn vermeende echtgenote niet aannemelijk kon maken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten, waarin werd geconcludeerd dat de Eritrese kerkelijke huwelijksakte vals is, zorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank had onvoldoende onderzocht hoe de documentvergelijking was uitgevoerd, maar de Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin dit aspect reeds is beoordeeld.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat de staatssecretaris terecht niet de vereisten voor nareis met een ongehuwde partner heeft toegepast, omdat het huwelijk niet aannemelijk was gemaakt. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €525 en tot betaling van griffierecht van €519.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.