ECLI:NL:RVS:2019:2786
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over weigering machtiging voorlopig verblijf wegens huwelijk
De staatssecretaris wees op 16 februari 2016 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af, omdat de vreemdeling het gestelde huwelijk met een referent uit Eritrea niet aannemelijk maakte. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak dat de staatssecretaris ook moest beoordelen of sprake was van een met huwelijk gelijk te stellen partnerschap, maar de staatssecretaris maakte geen gebruik van die gelegenheid.
De rechtbank vernietigde daarop het besluit en beval een hernieuwde beoordeling. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij niet hoefde te beoordelen of sprake was van een partnerschapsrelatie indien het huwelijk niet aannemelijk was gemaakt, omdat de vreemdeling zich op dat huwelijk had beroepen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de staatssecretaris verplichtte tot die beoordeling. De grief van de staatssecretaris slaagde, waardoor de eerdere uitspraken werden vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard. Het besluit van 20 december 2018 werd eveneens vernietigd omdat het geen grondslag meer had. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en eerdere uitspraken en het besluit van 20 december 2018 worden vernietigd.