ECLI:NL:RVS:2020:1313
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige aanbieding van huishoudelijk afval naast inzamelvoorziening in strijd met Afvalstoffenverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 19 augustus 2019 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een inzamelvoorziening was geplaatst in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. De doos droeg een adreslabel met de gegevens van appellant, die betwist dat hij de doos verkeerd heeft aangeboden en wijst op de naam van zijn kleindochter op de doos.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het college terecht heeft aangenomen dat appellant de overtreder is, omdat de doos naar zijn adres is gestuurd en hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet verantwoordelijk is voor het onjuist aanbieden. Het bewijsvermoeden dat de persoon tot wie afval kan worden herleid ook de overtreder is, is niet door appellant weerlegd.
Het beroep tegen het besluit tot bestuursdwang en de kostenveroordeling is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 juni 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang is ongegrond verklaard.