ECLI:NL:RVS:2020:1327
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegaal gebouwd hok zonder omgevingsvergunning
Appellant is eigenaar van een perceel in Minnertsga waarop meerdere bouwwerken staan, waaronder een illegaal gebouwd hok Ggg zonder omgevingsvergunning. Het college legde een last onder dwangsom op om het hok te verwijderen en verwijderd te houden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat het college in strijd met het vertrouwensbeginsel handelde, verwijzend naar eerdere toezeggingen en een brief uit 2007. De Afdeling oordeelt dat deze toezeggingen niet concreet en ondubbelzinnig zijn en niet doorwerken naar het huidige handhavingsbesluit. Ook het beroep op een gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie niet vergelijkbaar is met andere gevallen.
Verder stelde appellant dat er concreet zicht op legalisering zou zijn, onder meer door toepassing van de kruimelgevallenregeling. De Afdeling volgt het college dat geen sprake is van concreet zicht op legalisering en dat het college niet verplicht is een vergunning te verlenen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; last onder dwangsom tot verwijdering illegaal hok bevestigd.