ECLI:NL:RVS:2020:1332
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens waardevermindering woning door aanleg A74 en aanpassing A73
De zaak betreft een verzoek van appellant, eigenaar van een woning nabij de A73-Zuid te Venlo, om schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn woning door de aanleg van de A74 en aanpassingen aan de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74 van 16 augustus 2010.
De minister wees het verzoek aanvankelijk af, waarna meerdere besluiten, bezwaren en beroepen volgden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van 30 juni 2015. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in 2017 dat de minister een nieuw besluit moest nemen. In 2018 wees de minister het verzoek opnieuw af, wat tot beroep leidde.
De Afdeling gaf in een tussenuitspraak opdracht tot het inwinnen van een taxatieadvies. De taxateur concludeerde een waardedaling van €5.000, wat lager was dan de drempel van 2% van de woningwaarde (€9.500). De minister baseerde daarop het afwijzende besluit van 24 januari 2020. Appellant voerde aan dat het taxatierapport ondeugdelijk was en overhandigde een contra-expertise met een hogere waardevermindering.
De Afdeling oordeelde dat het taxatierapport van Bakker redelijk was en dat het bezwaar van appellant faalde. Wel werd een vergoeding van €1.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep tegen het besluit van 24 januari 2020 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 januari 2020 wordt ongegrond verklaard, maar appellant ontvangt een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten.