ECLI:NL:RVS:2020:1390
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebberschap en ontvankelijkheid bij omgevingsvergunning in Bussum
Het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren verleende op 1 juli 2016 een omgevingsvergunning voor diverse activiteiten op een perceel te Bussum. De termijn voor bezwaar indienen eindigde op 12 augustus 2016. Appellant diende zijn bezwaar pas op 27 augustus 2018 in, wat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege termijnoverschrijding en het ontbreken van belanghebberschap.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ging niet in op zijn belanghebberschap. In hoger beroep stelde appellant dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was en dat hij wel belanghebbende was. De Raad van State oordeelde dat appellant geen rechtstreeks belang had bij het besluit, mede vanwege de afstand van ongeveer 500 meter tot het perceel en geringe, incidentele gevolgen zoals een reflectie van zonlicht.
De stichting die eveneens hoger beroep instelde, werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij pas na de bezwaarprocedure was opgericht en geen belanghebbende kon zijn. De Raad van State bevestigde de eerdere uitspraak en wees proceskostenveroordelingen af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard; de eerdere uitspraak wordt bevestigd.