ECLI:NL:RVS:2020:1655
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onvoldoende veiligheidsmaatregelen bij brandbestrijdingsoefening met valgevaar
Op 2 februari 2016 vond tijdens een brandbestrijdingsoefening een arbeidsongeval plaats waarbij een vrijwilliger van de appellant viel doordat een afneembaar deel van een metalen hekwerk losraakte. De minister van Sociale Zaken legde een bestuurlijke boete van €36.000 op wegens overtreding van artikel 3:16 van Pro het Arbobesluit. De staatssecretaris handhaafde dit besluit, maar de rechtbank matigde de boete tot €34.200 vanwege schending van de redelijke termijn.
De appellant voerde aan dat zij geen verwijt treft omdat zij de locatie redelijk had laten onderzoeken en instructies en toezicht adequaat waren. De Raad van State oordeelde dat het risico van het afneembare hekwerk voorzienbaar was en onvoldoende was geïnventariseerd. De matigingsgronden uit de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving waren niet van toepassing omdat het specifieke gevaar niet was onderkend.
De Raad concludeerde dat de boete proportioneel en terecht is opgelegd, en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor verdere matiging of vernietiging van het besluit. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 15 juli 2020.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €34.200 wordt bevestigd wegens onvoldoende veiligheidsmaatregelen en onvoldoende inventarisatie van het valgevaar.