Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2021 in de zaak tussen
[bedrijf] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Over de besluitvorming
Ten tweede heeft verweerder aan eiseres een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 7.4, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit), dat - kort gezegd - gaat over het gebruik van arbeidsmiddelen om ongewilde gebeurtenissen te voorkomen. De werknemer heeft het arbeidsmiddel, de vorkheftruck, zo gebruikt dat het bovenste pakket kon schuiven. Het gaat hier om een boete van de zesde categorie, waarbij het normbedrag € 9.000,- is. Ook dit normbedrag is niet aangepast.
Dit bedrag heeft verweerder vervolgens vermenigvuldigd met een factor drie, dat wil dus zeggen tot een bedrag van € 27.000,-, omdat de werknemer een nacht in het ziekenhuis heeft verbleven. De boete die aan eiseres is opgelegd, komt daarmee uit op een totaalbedrag van € 28.500,-.
Verwijtbaarheid
Aan dit uitgangspunt is verder invulling gegeven in artikel 1, elfde lid, van de Beleidsregel. In deze bepaling zijn vier inspanningen beschreven die elk kunnen leiden tot matiging van de boete met 25%.
Inventarisatie risico’s en veilige werkwijze
Eiseres heeft weliswaar op zitting erkend dat de in beroep genoemde sheets van een e-learning programma dateren van na het ongeval, maar stelt zich wel op het standpunt dat in de cursus van [opleiding] , die de werknemer heeft gevolgd, en het bijgevoegde e-learningprogramma dat daarnaast door de werknemer moest worden gevolgd, duidelijk aandacht wordt besteed aan het voorschrift uit het Arboreglement dat de last niet boven de mast mag uitsteken. Eiseres verwijst ter onderbouwing daarvan naar een e-mailbericht van 9 maart 2020 van [D] met daarbij gevoegd een beoordelingsformulier voor vorkheftruckbestuurders en het bij de opleiding van [opleiding] behorende lesplan. Volgens eiseres heeft zij een veilige werkwijze vastgesteld en heeft zij haar werknemers door het Arboreglement goed geïnstrueerd.
Overige matigingsgronden van artikel 1, elfde lid, van de Beleidsregel
Inspanningen na de overtreding
Evenredigheid van de boete
Voor de vraag hoe verweerder in het geval van eiseres uitkomt op een vermenigvuldiging met een factor 3 heeft hij slechts verwezen naar de Beleidsregel. In het bestreden besluit heeft hij verder toegelicht dat een ziekenhuisopname volgens de Beleidsregel altijd minimaal leidt tot een factor 3. Een ziekenhuisopname is volgens verweerder een indicatie van de ernst van het ongeval.
Dat is op zichzelf juist, maar dat neemt niet weg dat verweerder moet blijven kijken of alle omstandigheden van het geval tezamen tot een evenredige boete leidt. Met inachtneming van de hiervoor genoemde uitspraken van de ABRvS waarin blijvend letsel heeft geleid tot een vermenigvuldiging tot een factor 2 en een zeer ernstig ongeval, met langdurige ziekenhuisopname en blijvend letsel, tot vermenigvuldiging met een factor 4, oordeelt de rechtbank dat een vermenigvuldiging met een factor 3 in het geval van eiseres onredelijk is. Althans dat verweerder niet voldoende heeft toegelicht waarom een vermenigvuldiging met een factor 3 in dit geval aangewezen zou zijn. Verweerders toelichting tijdens de zitting dat gewerkt wordt met boetestaffels, maakt dit niet anders, omdat hiermee geen recht wordt gedaan aan de omstandigheden van het geval. Ook het standpunt dat een ziekenhuisopname een indicatie is van de ernst is zonder verdere toelichting te weinig rechtvaardiging voor de vermenigvuldiging met een factor 3. Het beroep van eiseres slaagt op dit punt dan ook.
Conclusie
Zij stelt de boete voor overtreding vast op € 13.500,-. Dat maakt dat de totale boete voor eiseres uitkomt op een bedrag van € 15.000,- (€ 1.500,- voor de te late melding van het ongeval en € 13.500,- voor overtreding van artikel 7.4, derde lid, van het Arbobesluit).