ECLI:NL:RVS:2020:1754
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- H. Troostwijk
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen gedoogbeslissing bouwwerken zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Laren had op 9 april 2018 een last onder dwangsom opgelegd aan appellant om bouwwerken zonder vergunning op zijn perceel te verwijderen en de bewoning te staken. Na bezwaar herzag het college dit besluit op 27 december 2018 en besloot de bewoning te gedogen tot het einde van appellant's bewoning of overlijden, met voorwaarden omtrent het gebruik van de voormalige stallen en rijbak.
Appellant stelde beroep in tegen deze gedoogbeslissing, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat een gedoogbeslissing geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In hoger beroep betoogde appellant dat de situatie legaal was vanwege een generaal pardon en overgangsrecht, en dat het college daarom niet bevoegd was tot handhaving of gedogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde echter de jurisprudentie dat een gedoogbeslissing geen besluit is en dus niet beroepbaar is bij de bestuursrechter, tenzij in zeer uitzonderlijke gevallen. Appellant kan volgens de Afdeling een omgevingsvergunning aanvragen om de situatie legaal te maken, waarna hij tegen dat besluit wel rechtsmiddelen kan aanwenden.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de gedoogbeslissing bevestigd.