ECLI:NL:RVS:2020:1851
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor strijdige bouwwerken in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen heeft op 16 mei 2018 een last onder dwangsom opgelegd aan verzoeker A vanwege het in strijd met het bestemmingsplan plaatsen van een caravan, een meterhuisje en twee containers op het perceel Roskam ongenummerd te Sint Odiliënberg. Dit besluit werd gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 30 november 2018. Verzoekers A en B, beide eigenaar van het perceel, stelden beroep in tegen dit besluit, waarbij B niet ontvankelijk werd verklaard omdat hij geen hoger beroep had ingesteld.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen. Verzoeker A stelde dat handhaving onevenredig was vanwege de lange aanwezigheid van de bouwwerken en de beperkte hinder voor omwonenden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht het algemene belang zwaarder heeft gewogen en dat de bouwwerken zonder vergunning zijn geplaatst, waardoor handhaving gerechtvaardigd is.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat geen toezeggingen of gedragingen van het college waren die rechtvaardigen dat verzoeker A mocht vertrouwen op niet-handhaven. Ook de overige algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals zorgvuldigheid, motivering, evenredigheid, fair play en het verbod op vooringenomenheid, werden door de voorzieningenrechter als niet geschonden beoordeeld.
De voorzieningenrechter besloot het verzoek van verzoeker B af te wijzen wegens niet-ontvankelijkheid en het verzoek van verzoeker A om schorsing grotendeels af te wijzen, maar schorst het besluit tot zes weken na verzending van de uitspraak om verzoeker A de gelegenheid te geven aan de last te voldoen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoeker A vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing wordt afgewezen voor verzoeker B en grotendeels afgewezen voor verzoeker A, met schorsing van het besluit tot zes weken na verzending van de uitspraak.