ECLI:NL:RVS:2020:1865
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling in hoger beroep
Bij besluit van 24 februari 2020 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een reguliere verblijfsvergunning toe te kennen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 juli 2020 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te verkrijgen. De voorzieningenrechter oordeelde op basis van de aangevoerde gronden en eerdere jurisprudentie dat een voorlopige voorziening passend was.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 4 augustus 2020 door voorzieningenrechter C.C.W. Lange.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.