ECLI:NL:RVS:2020:1961
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 maart 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 juli 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep niet was beslist, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 17 augustus 2020 door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier mr. J.W. Prins. Hiermee werd de belangen van de vreemdeling beschermd gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.