ECLI:NL:RVS:2020:1978
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting club wegens drugshandel op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van West Betuwe heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten de club van appellant voor de duur van één jaar te sluiten en de Drank- en Horecawetvergunning in te trekken, naar aanleiding van bevindingen van drugshandel op 25 november 2018. Opsporingsambtenaren constateerden verkoop en aanwezigheid van harddrugs in de club, wat werd vastgelegd in een bestuurlijke rapportage van 21 december 2018.
Appellant betwistte de betrouwbaarheid van deze rapportage en voerde aan dat de verkoop van drugs niet bewust werd toegestaan, dat de hoeveelheid drugs gering was en dat het convenant Veilig Uitgaan bescherming bood tegen sluiting bij onbewuste drugshandel. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester terecht op de rapportage mocht vertrouwen en dat de sluiting een passende herstelsanctie is om de openbare orde te herstellen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. De rapportage is naar waarheid opgemaakt en voldoende feitelijk van aard. De hoeveelheid drugs is niet relevant omdat feitelijke handel is vastgesteld. Het convenant biedt geen vertrouwen dat bij onbewuste verkoop geen sluiting volgt. De burgemeester heeft de beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving artikel 13b Opiumwet correct toegepast en er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De sluiting van de club voor één jaar en intrekking van de vergunning worden bevestigd.