ECLI:NL:RVS:2020:199
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- P.H.A. Knol
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Vici-subsidieaanvraag wegens onvoldoende rangschikking
Appellante, hoogleraar cryptologie, diende een aanvraag in voor een Vici-subsidie in 2016, gericht op post-quantum cryptografie. Na een uitgebreide beoordelingsprocedure met vooraanmelding, referentenadviezen, interview en rangschikking, werd haar aanvraag op plaats 35 van 40 geëindigd, terwijl slechts de top 34 werd gehonoreerd.
Het bestuur wees de aanvraag af, waarna appellante bezwaar maakte en beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In hoger beroep stelde appellante onder meer dat een van de referenten (referent 3) niet deskundig was en dat de beoordeling van kennisbenutting en de kwaliteit van het voorstel onjuist was. De Afdeling oordeelde dat het bestuur voldoende zorgvuldig had gehandeld, dat de beoordelingscommissie een zelfstandige afweging maakte en dat de motivering toereikend was. De Afdeling bevestigde het eerdere oordeel en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de subsidieaanvraag wordt bevestigd.