ECLI:NL:RVS:2020:2021
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid eigenaar voor spoedige sanering ernstige bodemverontreiniging in Bladel
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelde bij besluit van 25 juni 2019 vast dat op een locatie in Bladel sprake is van ernstige bodemverontreiniging in het grondwater, die spoedig gesaneerd moet worden. De appellant, eigenaar van één van de percelen, werd als mede-verantwoordelijke aangewezen voor het opstellen van het saneringsplan en de uitvoering van de sanering.
De appellant voerde aan dat hij niet verantwoordelijk kan worden gehouden omdat de verontreiniging is ontstaan vóór zijn eigendom en dat het besluit gebaseerd is op verouderde gegevens. Ook stelde hij dat andere eigenaren van nabijgelegen percelen onterecht niet als verantwoordelijken zijn aangewezen en dat een andere locatie mogelijk ook een bron van verontreiniging is. Daarnaast betwistte hij de ernst en spoedeisendheid van de sanering.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht de appellant als verantwoordelijke heeft aangemerkt op grond van de Wet bodembescherming, ondanks dat hij niet de veroorzaker is. Het besluit steunt op recente onderzoeken en is voldoende gemotiveerd over de bronnen van verontreiniging. De ernst en spoedeisendheid van de sanering zijn vastgesteld conform de geldende circulaire en rechtspraak. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de eigenaar tegen de aanwijzing als verantwoordelijke voor sanering van bodemverontreiniging wordt ongegrond verklaard.